Structurele hulp voor thuiswonende mensen met jongdementie

Els Van Hoof en CD&V werken een voorstel uit om thuiswonende mensen met jongdementie beter te ondersteunen. Hopelijk krijgen ze de steun van andere politieke families in het parlement, want de regeling zoals die er vandaag op Vlaams niveau is, dekt alleen een deel van de financiële noden af wanneer men in een daartoe erkend woonzorgcentrum gaat wonen. 

Een boek lezen, een film kijken. Ik kon niéts meer voor mezelf doen…

In de fleur van je leven midscheepse getroffen worden door jongdementie. Voor de circa 5.500 Belgen die aan de ziekte lijden, is het vaak een financiële aderlating, en structurele hulp ontbreekt. CD&V wil daar met een voorstel in de Kamer verandering in brengen. Te laat voor Francis, de dementerende man van Jacqueline, maar toch kruipt ze op de barricades om lotgenoten te helpen.

Een bijdrage van Jens Vancaeneghem en Farid El Mabrouk verschenen in Het Nieuwsblad op 3/08/2020.

Plots hoor je de diagnose. Jongdementie. En is er niemand om je te begeleiden.

Jongdementie heet dat. Wanneer je geest begint te vertroebelen vóór je 65ste. Het overkwam Francis Albert (73), de man van Jacqueline Goossens (71) uit Tremelo, enkele jaren geleden. “Officieel kreeg hij de diagnose pas in 2013, toen hij al voorbij de 65 was. Maar toen was het zeker al drie jaar bezig”, zegt Jacqueline. “Het verdict kwam als een baksteen uit de lucht gevallen. Onze wereld stortte in. En er was niemand om ons te begeleiden. Het enige wat we te horen kregen, was dat we na zes maanden nog eens moesten terugkomen.

Francis bleek frontaalkwab­dementie te hebben, een zeldzame vorm die op jongere leeftijd voor­komt. Belangrijkste kenmerk? Gedragsveranderingen. “Bij Fran­cis uitte zich dat in obsessioneel gedrag”, zegt Jacqueline. “Hij ach­tervolgde mij constant met dezelf­de vragen. Wanneer eten we? Waar gaan we naartoe? Hij ging ook heel veel fietsen. Dan kreeg hij nu en dan een lekke band. Hij kwam dan telkens thuis om de band op te pompen. Volsla­gen nutteloos, maar dat kon ik hem op geen enke­le manier duide­lijk maken. De eni­ge oplossing was een reservefiets klaarzetten, zodat hij meteen weer kon vertrekken.

Rusteloos, ook ’s nachts

Jacqueline probeerde zo lang mo­gelijk thuis voor haar man te zor­gen. Dat lukte anderhalf jaar. Al moest Jacqueline tot het uiterste gaan. “Ik kon niets meer voor me­zelf doen. Geen boek meer lezen, geen film kijken. Zo rusteloos was hij. Hij kon in het midden van de nacht opstaan en denken dat een nieuwe dag was aangebroken. Hij ging douchen en maakte zich klaar. Ik heb momenten gehad dat de wanhoop me bekroop, maar ik heb me er altijd tegen verzet.

Om het draaglijk te houden, be­sloot Jacqueline haar man naar een dagcentrum te brengen. Eerst twee dagen in de week, later zes. Via via kreeg ze te horen dat De Wingerd in Leuven gespecialiseerd was in jongdementie. “Ik heb Francis toen verteld dat hij er vrijwilligerswerk kon doen. De echte reden konden we niet vertellen, hij had geen en­kel ziektebesef. Die opname is mijn redding geweest. Plots had ik weer tijd voor mezelf. En ik kwam in contact met lotgenoten en gespeci­aliseerde hulp. Ik had niet langer het gevoel dat ik alleen stond.

Dat is volgens Jacqueline het grootste gemis geweest in de ziekte van haar man: het gebrek aan structurele begeleiding. “Van bij de diagnose zouden ze je moeten doorsturen naar de juiste hulp“, zegt ze. “Ik ben er zelf moeten ach­ter komen dat ik cursussen kon vol­gen voor mantelzorgers bij De Wingerd. Maar ook thuisbegelei­ding zou sneller mogelijk moeten zijn. Wij zijn eigenlijk aan ons lot overgelaten.” Financieel was de op­name in een dagcentrum zwaar om dragen, maar ze beseft dat veel an­dere mensen daar veel meer mee worstelen. “Wij hebben allebei een lerarenpensioen, dus we kunnen niet klagen.

Anderen vallen plots zonder werk, en moeten rondkomen met een in­validiteitsuitkering en een mantel­zorgpremie. ”Vaak hebben ze ook nog studerende kinderen en heb­ben ze nog een lening af te betalen“, zegt parlementslid Els Van Hoof (klik door voor de volledig tekst en beluister een radio-interview). “Als ze dan regelmatig naar een dagcen­trum gaan, lopen de kosten op.

Daarom heeft Van Hoof in de Kamer een voorstel inge­diend om korte verblijven in woon-zorgcentra en in dagcentra te laten terugbetalen door het Riziv. Ook wil ze dat zes zie­kenhuizen een erkenning krijgen als gespecialiseerde centra voor jong­dementie, vanwaaruit de expertise dan gedeeld kan worden met dag­en woon-zorgcentra. Tot slot zou­den die ziekenhuizen ook thuiswo­nende patiënten begeleiden. Een plan dat in totaal zo’n 7,3 miljoen euro zou kosten en waar ook het Expertisecentrum Dementie ach­terstaat.

Jacqueline juicht het plan toe, al komt het voor haar en haar man te laat. Francis verblijft nu voltijds in een woon-zorgcentrum. Zijn de­mentie is zo vergevorderd dat pra­ten niet meer lukt. “Ik kom hier drie keer per week“, zegt Jacque­line. “Om te helpen. Ik dek de tafel, geef mensen eten. Ik zie Francis, hij ziet mij. Er is een vorm van er­kenning. Het is goed zo.

Bron: www.nieuwsblad.be
Foto: © Guy Puttemans