Verschillend en toch gelijk
21/10/2025
Een gesprek met Manu Keirse en Koen Geens
Het runnen van een brede organisatie als Woonzorgnet-Dijleland – met niet enkel de woonzorgcentra De Wingerd, Dijlehof en het gloednieuwe Burenhof in Leuven, Ter Meeren in Neerijse en Keyhof in Huldenberg, maar ook participaties in De Boomgaard in Kessel-Lo, het Regionaal Expertisecentrum Dementie MEMO en het Ontmoetingshuis van de Zorgcirkels Jongdementie in Leuven – heeft heel wat voeten in de aarde. Het spreekt voor zich dat daar een stevige raad van bestuur stevig achter staat.
Concreet zetelen er een tiental mensen in het bestuursorgaan van Woonzorgnet-Dijleland, vertegenwoordigers uit de ouderenzorg, de ziekenhuiswereld, de palliatieve zorg, uit personeelszaken, de advocatuur, de financiële wereld en de verzorgingswereld. De afgelopen jaren werd de raad voorgezeten door Prof. Dr. em. Manu Keirse en hij zocht doelbewust die diversiteit op als een antwoord op de nood aan specialisatie en professionalisering. Dit voorzitterschap is recent overgedragen aan Koen Geens, die al een tijd medebestuurslid was. Hoogtijd voor een boeiend gesprek.
Keirse: Wat ons verbindt is het besef dat ouderen, die zo veel betekend hebben voor de samenleving, tot hun laatste dag recht hebben op een hoge kwaliteit van leven. Ik merk nu al dat mijn opvolger het anders aanpakt en ik vind het boeiend om te zien; hij heeft een andere stijl maar het is een goede aanpak om naar een nieuwe toekomst te gaan. En voor mij valt er een last van mijn schouders. Ik ben op een leeftijd gekomen waarop verschillende vrienden op korte tijd het leven lieten en dat heeft mij gesterkt in de overtuiging dat het tijd was om voor een opvolger te zorgen.
Geens: De moeilijkste opdracht in het leven is oud worden maar het is ook de mooiste opdracht; aanvaarden dat het leven eindig is en op een volwassen manier naar dat einde groeien. Manu schrijft in zijn boeken: “de dood maakt deel uit van het leven”, en mensen begeleiden naar dat einde is erg belangrijk, want elk van hen kan een voorbeeld zijn voor een jongere om op zijn beurt op een goede manier oud te worden. Ik heb mijn grootouders oud zien worden, en zij werden daarin onvoldoende begeleid. Dat heeft mij geraakt.
Keirse: Elke dag hoort ge in de media en leest ge in de kranten over de problematiek van de vergrijzing. We moeten leren kijken naar de rijkdom van de verzilvering. Het komt er niet op aan hoe oúd je bent maar hóe je oud bent. De samenleving moet leren op een gezondere, evenwichtiger manier naar senioren kijken: zij hebben de maatschappij gemaakt waarvan wij nu genieten en waarop wij verder kunnen bouwen.
Geens: Manu blijft wel ondervoorzitter, waardoor continuïteit verzekerd is. Hij heeft 43 jaar het voorzitterschap waargenomen (eerst van Levet Scone Leuven VZW, de latere Wingerd, en vanaf de fusie met Dijlehof, Ter Meeren en Keyhof van 10 jaar lang Woonzorgnet-Dijleland VZW) en kent de organisatie van binnen en van buiten. Die bagage kunnen we niet missen. Ik vind het prachtig hoe ervaring zo gevaloriseerd wordt.
Keirse: Toen ik begon, we spreken nu van 1982, konden mensen met dementie nergens terecht. Dat vond ik vreselijk. “Als je de tranen ziet in de ogen van de ander, dan moet je in beweging komen.” zegt Emmanuel Levinas, een Frans-Joodse filosoof. Als je iets wil zien wijzigen dan moet je ervoor gáán. En dat deed ik, samen met alle leden van de raad van bestuur. Ministers werden ertoe gebracht onze overtuiging over te nemen en het beleid voor mensen met dementie te keren. We startten onze werking en groeiden daarin gestaag. Stap voor stap kwamen we tot een steeds hogere levenskwaliteit voor deze mensen.
Wat begon in een oud kloosterpand, dat we ombouwden tot woningen voor 15 personen, evolueerde naar echte kleinschaligheid met woningen voor 8 bewoners. Daarnaast respecteerden we van meet af aan het individueel levenstempo van elke bewoner. Door het invoeren van dagopvang probeerden wij mensen met dementie langer thuis te houden, we maakten periodes voor kortverblijf mogelijk en bouwden flatjes voor koppels waarbij één van beiden of beiden dementie hadden.
Geens: Als je bestuurt is het belangrijk alles wat goed is te laten voortbestaan. Komt daarbij dat dit zo’n mooi project is om in mee te draaien; het hele organisme is in een uitstekende staat. De opvang van ouderen moet uiterst correct, kwalitatief hoogstaand en professioneel gebeuren. Ook al vindt men veel vrijwilligers in deze sector, de kwaliteit van het leven voor de bewoners en de warmte van de zorg moéten op vakkundige basis georganiseerd worden. De beste kwaliteit van zorg leveren en terzelfdertijd kleinschaligheid voorop zetten vereist dus voldoende én prima personeel. Mensen moeten de woonzorgcentra ervaren als veilige havens voor hun ouders en het als normaal beschouwen dat de laatste fase van hún leven zich ook daar zal afspelen.
Keirse: In de maatschappij zoals die nu is kunnen niet alle mensen het aan om actief en continu mantelzorg op te nemen. Naast de buurtzorg zullen woonzorgcentra in het algemeen dynamischer moeten worden; 1) zich niet beperken tot enkel de lichamelijke zorg maar 2) ook oog hebben voor de gevoelens van de bewoners, 3) de familiale en maatschappelijke context van hun leven behartigen en 4) een zin aan hun leven bieden. Als je op deze vier domeinen gericht bent krijg je gelukkige bewoners.
Geens: Dat de samenleving geleidelijk aan meer verantwoordelijkheid zal moeten nemen voor de zorg is evident en daar groeien we in.
—
Het interview met Manu Keirse en Koen Geens werd afgenomen door Mieke Soens, een gewaardeerd vrijwilliger bij WZC De Wingerd en de uitgebreidere bijdrage verschijnt eerstdaags in het herfstnummer van de huiskrant 35ste jaargang, nr.3 – november 2025.