RectoVerso – Er is niks mis met geld verdienen aan zorg
09/12/2024
Interview verschenen in ‘RectoVerso’, het magazine van Verso VZW (auteur Daan Paredis – fotograaf Jan Crab). Jan Vanwezer staat erop samen met Betty en haar moeder Adrienne op de foto te gaan. Betty combineert haar job als zorgkundige bij De Wingerd met haar statuut van mantelzorger.
Hij maakte carrière bij multinationals in de tabaksindustrie en de voedingsindustrie, maar aan het rücksichtslose winstbejag wou Jan Vanwezer niet meewerken. De filosoof van opleiding sloeg een ander pad in, zijn oma achterna. Als directeur van woonzorgcentrum De Wingerd in Leuven pleit hij vandaag voor een nieuwe visie op de balans tussen ‘social’ en ‘profit’. “De zorg maakt een infarct mee, maar het besef ontbreekt.”
Jan geeft een rondleiding door de woningen van De Wingerd. Overal spreekt hij bewoners aan, een kus hier, een babbeltje daar… Af en toe neemt ook hij een ondersteuningstaak op, vertelt hij, weliswaar naar zijn draagkracht en vermogen als directeur. Jan lijkt in de wieg gelegd voor deze job, voor deze sector. Of hij geen spijt heeft dat hij niet eerder de stap zette van de profit naar de social profit? “Ik ben filosoof van opleiding, dus ik was indertijd al blij dat iemand mij in dienst nam”, lacht hij. “Ik heb de wereld gezien in de profit en hou er veel mooie herinneringen aan over. Maar ik ben heel blij dat ik in de social profit beland ben.”
“De overstap kwam er omdat ik zwaar ontgoocheld was in de profit. Op een gegeven moment kwam ik tot de vaststelling dat de beurs een waanzinnig spel is waar je zelf geen invloed op hebt, maar dat wel een grote impact heeft op veel levens. Dat spel wou ik niet meer meespelen. Oorspronkelijk was ik van plan mij om te scholen tot verpleegkundige, maar mijn oma woonde hier en toen dook die vacature op. Het was een gedurfde keuze van het bestuur om mij aan te nemen, want ik had geen ervaring in de zorg. Ik ben heel gelukkig dat het zo gelopen is.”
100% flexibiliteit, 0% efficiëntie
Toen Jan voor het eerst plaatsnam aan zijn bureau bij De Wingerd, dacht hij al zijn kennis uit de profit te kunnen benutten om het woonzorgcentrum efficiënter te organiseren. “Bij de multinationals waar ik voor werkte draaide alles om lean, agile en operational excellence, ‘niet harder werken, maar slimmer werken’. (lacht) De extra winst die dat voor De Wingerd zou opleveren, zouden we dan in zorg investeren. Maar niet veel later kwam ik mijn voorganger tegen, en die zei: ‘Jan, de organisatie schikt zich altijd naar het individu, niet omgekeerd’. Dat was een moeilijk moment voor mij. Ik had geleerd ‘100% flexibiliteit is 0% efficiëntie’, toch? Ik dacht dat ik hier eigenlijk niks kon komen doen, tot ik besefte dat als je je 100% aanpast aan de noden en behoeften van het individu, in dit geval de bewoners, dat alles wat je doet dan relevant is. En je zo meer toegevoegde waarde creëert dan je ooit met efficiëntiewinsten zou kunnen behalen. Een voorbeeld? Bewoners van De Wingerd staan op wanneer ze willen en eten wanneer ze willen. Als je dat proces probeert te organiseren en iedereen voor 8 uur aan het ontbijt moet zitten, iedereen om 12 uur moet middageten, creëer je je eigen bottlenecks en heeft iederéén een suboptimale uitkomst. Als je het loslaat, valt de puzzel perfect in mekaar. Het enige dat ik wél uit de profit heb meegenomen is de gebroken illusie dat alles daar professioneler verloopt dan in de sociale sector. Nee, ik zou met veel meer waardevolle bagage terugkeren naar de profit dan ik van daaruit hier heb uitgepakt.”
Mission drift
Organisaties in de social profit schipperen elke dag tussen ‘winst maken’ en ‘zorgen voor’. Met de weegschaal polst Recto Verso naar welke kant die balans helt in een organisatie. Maar Jan wil er niet van weten. “De weegschaal? Er bestaat volgens mij geen ‘balans’ tussen social en profit. Het ene is middel, het andere doel. We proberen alleen maar rendabel te zijn om onze doelstellingen op een duurzame manier te halen. Als die doelstellingen in gevaar komen, moet je ermee stoppen, en niet ten koste van je doel
rendabel proberen zijn. In zo’n geval wordt het middel het doel en doe je niets meer dan enkel je organisatie in stand houden. Door onze missie actief en overal in onze organisatie te integreren, vermijden we die mission drift.”
In de woestijn
De tijd is rijp voor een nieuw economisch model dat de begrippen social en profit overstijgt, maakt Jan zich sterk. “We leven in een heel bijzondere tijd. We bevinden ons op het kantelpunt waarop geld plots geen garantie meer is voor autonomie. Vroeger leefde het idee: wat we tekortkomen, is geld. Met geld kunnen we alles kopen wat we nodig hebben en medewerkers in dienst nemen. Vandaag is dat voorbijgestreefd. Voor elke 100 medewerkers die met pensioen gaan, stromen er 80 in. Hoeveel geld je ook hebt, medewerkers zijn er niet. Door die demografische realiteit kampen we met een structureel personeelstekort van 20%. Het is alsof je in de woestijn staat met 100.000 euro en je nog geen glas water kan kopen. Daar sta je dan met al je geld. Ik vind het ook een achterhaald idee dat
commercieel per se slecht is en sociaal per se goed. Er is niks mis met geld verdienen aan zorg, zolang je dat niet doet ten koste van je doelstelling. Het gaat over een andere kijk op waardecreatie.”
“Het inzicht dat ons zorgsysteem een infarct meemaakt, leeft veel te weinig. Zoals tijdens covid Steven Van Gucht elke dag op het nieuws kwam vertellen hoeveel nieuwe besmettingen er waren, iedereen aanmanend om actie te ondernemen, om ervoor te zorgen dat ziekenhuizen niet zouden instorten, zo zou er vandaag een zorgambassadeur elke dag moeten vertellen hoeveel zorg kundigen hun beroep verlaten. De urgentie ontbreekt omdat je pas met de realiteit geconfronteerd wordt als je zelf op zoek moet naar zorg voor een ouder, of zelf de melding krijgt dat je operatie pas over twee jaar plaatsvindt… Maar ik ben wel optimistisch dat we een systeemverandering kunnen verwezenlijken, samen.”
De jaren tachtig
De richting die de sector op moet, is voor Jan heel helder: “Nog niet zo lang geleden werd zorg in de gemeenschap als normaal beschouwd. Pas in de jaren tachtig zijn we geëvolueerd naar de professionalisering van chronische zorg. Een woonzorgcentrum kende men voor die tijd niet, de meeste ouderen werden in de thuisomgeving opgevangen. Naar die situatie moeten we terug, met het grote verschil dat daar professionele ondersteuning aan toegevoegd wordt.”
“Zorg moet onderdeel worden van een groot ecosysteem met veel verschillende partners: vrijwilligers, commerciële organisaties, overheidsbedrijven, enzovoort. Je hebt een hele gemeenschap nodig om zorg te dragen voor iemand. Zorg kan even verbindend werken als religie ooit gedaan heeft. Bekijk het vanuit een verzekeringsprincipe: iedereen heeft op een dag zorg nodig. Als je beseft dat je het niet meer kan kopen, moet je je op een andere manier verzekeren. Door goed voor je buren te zorgen, zullen zij omgekeerd hetzelfde voor jou doen als het zo ver is.”
Hypertransparant
Waar hebben we dat nog gehoord? Juist, ja, bij Zorgzame Buurten. De Wingerd stapt zelf ook mee in zo’n Zorgzame Buurt. De Boomgaard is een initiatief van De Wingerd, De Wissel, Oostrem, Zorg Leuven en het Stadsmakersfonds, gebundeld in de coöperatie LIVEZ. LIVEZ wil buurten creëren waar zorg een integraal deel is van het samenleven, waarbij de buurt zelf mee de formele zorg aanstuurt. “Zorgzame Buurten is een goed begin, maar het reikt niet ver genoeg, vind ik. Het groeit nog naast de professionele zorg en vertrekt vaak vanuit een bestaande voorziening waarrond de buurt dan samenkomt. Terwijl je volgens mij een stap verder moet gaan: hoe creëer je een buurt die je nooit moet verlaten als je een zorg nood hebt? Ik zie het ruimer vanuit een gemeenschapsdenken dat niemand overboord gooit. We moeten een radicale omslag maken binnen het bestaande systeem.”
Innovatieve samenwerkingsorganisatie
Het model dat Jan voor ogen heeft, valt te vatten onder de noemer van innovatieve samenwerkingsorganisatie. Het Woonzorgnet-Dijleland – waarin De Wingerd, Dijlehof, Keyhof, Ter Meeren en Burenhof samenkomen – geeft vandaag al het goede voorbeeld van zo’n samenwerkingsverband. “Hoe kunnen we een zo hoog mogelijke levenskwaliteit voor ouderen en jongeren, met dementie in ons geval, blijvend realiseren? Daar draait het om. Tot nu toe hebben we dat gedaan door gespecialiseerde zorg te bieden binnen kleinschalig genormaliseerd wonen, maar we evolueren nu naar die innovatieve samenwerkingsorganisatie. We geloven dat levenskwaliteit waarborgen een gemeenschappelijke opdracht is, met de nadruk op gemeenschap. Professionals, mantelzorgers, vrienden, familie, buren, stagiairs en directeurs kunnen allemaal, los van de arbeidsrelatie, een toegevoegde waarde ere-eren. De eerste stap die we gezet hebben, is de mantelzorgers meer betrekken bij onze werking. De rol die mantelzorgers opnemen, kan intens zijn en veel verder gaan dan eens pannenkoeken bakken. De avondzorg voor je eigen moeder opnemen, bijvoorbeeld. Bij De Wingerd proberen we dat in overleg zo veel mogelijk te faciliteren. Wat kan je, wil je en mag je doen? En welke omstandigheden moeten wij voorzien om dat mogelijk te maken? Maar we kijken ook breder naar de draagkracht en het vermogen van iedere persoon, zelfs de bewoners, om onze organisatie mee te runnen. Zo proberen we een antwoord te bieden op de uitdagingen van de sector.”
Human-centric industry: Tinder
Om dat idee heel concreet vorm te geven en te optimaliseren, maakt De Wingerd sinds kort deel uit van Seismec. Een Europees pilootproject dat een ‘human centric industry‘ wil lanceren. De Wingerd is de enige zorgonderneming naast onder andere Michel in, Atlas Copco en de luchthaven van Zagreb. De universiteit van Cork is de verbindende factor en organiseert brainstorms rond de vraag: hoe kan technologie werkbaar werk ondersteunen door human-centric te worden? “In ons geval is het antwoord op die vraag: Gwinder. Het klinkt als Tinder en moet ongeveer hetzelfde doen, maar het is vooral een anagram van Wingerd. We hebben aan de universiteit van Cork gevraagd om een app te ontwikkelen die behoeftes en competenties van mensen matcht. Op dit moment worden die behoeftes en competenties van zorgvragers en -aanbieders nog te simplistisch beschreven, we willen die meer in detail bekijken. Bijvoorbeeld: een bewoner die elke dag een wandeling wil maken met iemand die een gesprek over politiek kan voeren, heeft heel andere behoeftes dan iemand die vooral gewassen wil worden. En die mensen hebben ook talenten, net zoals onze verpleegster, zorgkundige en kinesist meer talenten hebben dan wat op hun diploma staat. Hoe kunnen we al die zaken in kaart brengen en matchen? We doen dat vandaag al in ons brein, maar Gwinder moet het nog fijnmaziger maken en opent ook deuren buiten de organisatie, bijvoorbeeld naar hele buurten.”
Ondernemerschap in de zorg
De Wingerd neemt een innovatieve pioniersrol op als woonzorgcentrum in Vlaanderen. Of ze dat op veel tegenwind komt te staan? “Integendeel! Als innovator in de social profit heb je in Vlaanderen veel rugwind. Zowel de koepels als de overheid waarderen onze inspanningen, het geeft mij persoonlijk en ons als organisatie enorm veel energie. Alleen het financieringsmodel waarbinnen we werken, levert wel paradoxen op. Hoe meer je in kwaliteit investeert, hoe groter je kostenbasis wordt en door de gereguleerde
dagprijzen kan je dat niet doorrekenen. De op zorgzwaarte gebaseerde financiering maakt bovendien dat je je financiering verliest als je een probleem oplost. Ik begrijp dat dat te maken heeft met controle op de inzet van overheidsmiddelen, maar dat kan toch niet de bedoeling zijn? Dat systeem kan best wat opfrissing gebruiken, want het fnuikt ondernemerschap. Wat ik wel geweldig vind aan ondernemen in de social profit: elke euro die je in investeert, verdampt niet in organisatiebehoeftes, maar komt altijd iets ten goede.”
—
Verso | Vereniging voor Social Profit Ondernemingen boog zich in het decembernummer van haar magazine over het regeerakkoord van de regering-Diependaele en keek naar werkbaarheid in de zorg, cybersecurity, duurzaamheidscommunicatie en innovatie bij sociale ondernemingen. Download het volledige nummer hier.
Wil je in de toekomst ook graag een gratis exemplaar van de RectoVerso ontvangen? Stuur een mailtje naar: communicatie@verso-net.be.