Laat mensen met verworven zorgcompetenties meehelpen
05/02/2025
Sarah Dupont werkte als campusdirecteur bij woonzorgcentrum Keyhof mee aan de visienota van de koepelorganisatie Zorgnet-Icuro rond Zorg+-erkenningen voor de groep van assistentiewoningen (GAW). Haar jarenlange ervaring met het zorgaanbod en vooral de visie van Woonzorgnet-Dijleland leverde heel wat inspiratie op, want Keyhof in Huldenberg ambieert samen met Ter Meeren in Neerijse, De Wingerd in Leuven, Dijlehof en straks ook Burenhof een zorgmodel dat garant staat voor een logisch georganiseerde, toekomstgerichte ouderenzorg.
“Ouderen, mensen met een fysieke beperking en/of dementie leven hier samen in een kleinschalige, huiselijke omgeving”, begint Dupont. “We streven naar een haalbare mix op alle vlakken. Aan elk van de acht wooneenheden verbinden we één zorgverlener die op een flexibele manier tegemoet komt aan ieders (zorg)noden en wensen. Mensen worden bijvoorbeeld niet wakker gemaakt ’s ochtends en ontbijten wanneer ze willen. Ze behouden een groot stuk regie over hun leven. Die woonzorgformule vergt medewerkers die graag verantwoordelijkheid nemen en creatief kunnen inspelen op wisselende omstandigheden. Ook wie hier verblijft als bewoner, kiest meestal bewust voor deze vorm van kleinschalig genormaliseerd wonen.”
Fysieke nabijheid
Behalve acht woonzorgeenheden heeft Keyhof ook 30 assistentiewoningen in hetzelfde gebouw. Dupont: “Het voordeel van die fysieke nabijheid is dat we snel crisiszorg kunnen bieden vanuit ons woonzorgcentrum. Er is 24/7 een verpleegkundige in huis die kan ondersteunen waar nodig. Geïsoleerde assistentiewoningen hangen voor crisiszorg meer af van externe thuiszorgdiensten. Dat maakt de zorgverlening kwetsbaarder want die mobiele zorgteams zijn niet altijd snel ter plaatse.”
“Fysieke nabijheid maakt het ook gemakkelijker om de zorg in onze assistentiewoningen op te schalen. Opnieuw vanuit het woonzorgcentrum. Ouderen verlangen naar woonstabiliteit en dat is precies wat we proberen te bieden. Bij Keyhof volgt de zorg zoveel mogelijk de bewoner, ongeacht zijn of haar woonplek. Op veel andere plekken zie je veeleer het omgekeerde: de bewoner volgt het zorgaanbod. Zo moeten mensen soms meerdere keren verhuizen op enkele jaren tijd: van hun huis of appartement naar een kortverblijf en terug, vervolgens naar een assistentiewoning en tot slot naar het woonzorgcentrum. Zoiets weegt op je levenskwaliteit.”
“Helaas missen ook wij middelen en mankracht om altijd overal voldoende zorg te bieden”, vervolgt Dupont. “Dat zie je bijvoorbeeld bij koppels die samen in een assistentiewoning verblijven. Als de gezondheidstoestand van één partner verslechtert, moet je zorg opschalen. Nu lukt dat slechts in beperkte mate. Zowel de woonzorgmedewerkers als de betrokken thuiszorgdiensten zijn overbevraagd. Daardoor verhuist de partner met extra zorgnoden vaak alsnog naar een van onze woonzorgeenheden. Gelukkig is dat vlakbij; mensen kunnen elkaar dagelijks blijven zien. Bovendien geldt ons vrijetijdsaanbod zowel voor mensen in de woonzorgeenheden als voor mensen in de assistentiewoningen. Dat ondersteunt het onderling contact.”
Meer medewerkers
Dupont pleit voor extra zorgcapaciteit zodat mensen op dezelfde plek kunnen blijven. “In principe zouden Zorg+-erkenningen voor assistentiewoningen intensievere zorg mogelijk maken. Dat moeten dan wel erkenningen zijn bovenop de bestaande erkenningen. Je moet middelen voorzien om extra mensen aan te nemen. Met de huidige pool aan zorgmedewerkers kunnen we onmogelijk én onze woonzorgeenheden draaiende houden én zorg flexibel opschalen binnen de assistentiewoningen. De overheid moet haar erkenningsbeleid hierop afstemmen: op dit moment kunnen we erkenningen verschuiven van het woonzorgcentrum naar de assistentiewoningen. Die aanpak maakt intensievere ondersteuning in de assistentiewoningen mogelijk, maar gaat ten koste van het zorgaanbod in de woonzorgeenheden. Zo bots je snel op limieten. Zonder bijkomende Zorg+-erkenningen lukt het niet. Dan blijf je mensen dwingen om te verhuizen als ze meer hulpbehoevend worden.”
“Daarnaast moeten de regels rond wie welke zorg mag geven soepeler. Verworven competenties zijn daarin belangrijk. In ons woonzorgcentrum verwelkomen we geregeld ouderen met heel betrokken mantelzorgers, vaak hun kinderen. Jarenlang namen zij diverse zorgtaken op, bijvoorbeeld dagelijks medicatie toedienen. Als ouderen hier wonen, stopt dat omdat alleen gekwalificeerde hulpverleners zorg mogen bieden. De wet laat enkele ADL-handelingen toe, maar veel te beperkend en streng gereguleerd. Een gemiste kans. Veel mantelzorgers wíllen graag een actieve rol blijven spelen. Geef hen die mogelijkheid. Hetzelfde geldt voor gepensioneerde zorg- en verpleegkundigen, studenten of mensen die vroegtijdig een zorgopleiding stopzetten. Ook zij kunnen en willen vaak bijdragen. In een context van personeelstekort en toenemende zorgnoden moeten we af van de juridische belemmeringen die mensen met zorgcompetenties uitsluiten. Nog ruimer hebben we nood aan medewerkers en/of vrijwilligers die inspelen op ruimere noden rond wonen, vrije tijd en zingeving. Dat zijn niet noodzakelijk zorgprofielen.”
Tijd dringt
“De samenleving en ouderenzorg zouden geen aparte werelden mogen zijn. Een toekomstbestendige ouderenzorg met tevreden bewoners vergt een actieve kruisbestuiving tussen beide. De visienota van Zorgnet-Icuro doet enkele concrete voorstellen om dat mogelijk te maken. Ik hoop dat beleidsmakers onze nota lezen en beseffen dat de tijd dringt.”
—
Verschenen bij: www.zorgneticuro.be
Publicatiedatum: 03/02/2025
Tekst: Thomas Detombe – Beeld: Tinne Vanwezel