Duurzame en verbonden woonzorg
01/10/2025
‘Project in de kijker: wzc Burenhof’, Nore Ramakers aan het woord in de recent verschenen editie van het magazine Zorg&Techniek.
Het nieuwe WZC Burenhof in Leuven is een mooi voorbeeld van kleinschaligheid en genormaliseerd wonen. Het woonzorgcentrum maakt integraal deel uit van een ambitieus stadvernieuwingsproject: de Burenbergsite, een intergenerationele stadswijk die mee het klimaatplan Leuven 2030 ondersteunt. WZC Burenhof wordt daarmee een plek waar ouderen met een zorgvraag dicht bij de stad én midden in de samenleving terechtkunnen, licht coördinator Nore Ramakers toe.
Duurzame, kleinschalige en verbonden woonzorg
Met de opening van WZC Burenhof telt Woonzorgnet-Dijleland vijf woonzorgcentra verspreid over de regio Leuven. Nore Ramakers is coördinator van WZC Burenhof en zorgcoördinator van een woning en de woonzorgflats. “Toen woonzorgcentrum Dijlehof aan uitbreiding toe was, besliste onze groep om bewust niet buiten de stad te bouwen”, blikt ze terug. “De stedelijke context biedt een cruciaal voordeel: meer verbondenheid met de buurt. Daarbij wilden we graag binnen de Leuvense ring blijven.”
De structuur van Burenhof is kleinschalig. Er zijn vijf woningen met elk acht bewoners en 27 assistentiewoningen. Daarnaast worden zes zorgflats voorzien waar bewoners met een zorgbehoefte samen met de mantelzorger kunnen wonen. “We willen dat bewoners samen met hun familie en met ons de stad kunnen blijven beleven“, vertelt Nore. “Het principe van Burenhof illustreert een beetje het einde van grootschalige woonzorgcentra. We gaan steeds meer naar kleine entiteiten die regionaal met elkaar verbonden zijn.”
Intergenerationeel wonen
De Burenbergsite bood de geschikte locatie. Bezoekers kunnen er vlot de stad in en uit, en tegelijk is de verbinding met de stad optimaal voor de bewoners. De site zelf wordt autoluw, met extra aandacht voor een fietsvriendelijke infrastructuur en logistieke optimalisatie voor afvalverwerking en catering. Het project wordt ontwikkeld op de vroegere Acco-drukkerijsite. Met een oppervlakte van twee hectare en een parktuin van 4.600 vierkante meter wordt het een groene long in de stad. De wijk krijgt een gemengde functie: studentenhuisvesting, gezinsappartementen, woningen en ouderenzorg in de vorm van assistentiewoningen, woonzorgflats en residentiële woongelegenheden. WZC Burenllof krijgt er een centrale
plek en versterkt zo 1-tet intergenerationele karakter van de wijk.
Nore Ramakers: “Woonzorgnet-Dijleland wil een eigen woning bieden in een context van kleinschalig wonen. We willen de ervaring van 1-tet thuis wonen maximaal behouden. We blijven. inzetten op een heterogene groepssamenstelling, waar zowel mensen met een fysieke als een cognitieve zorgnood terechtkunnen. Doordat Burenhof kleinschalig is, kunnen we bewoners veel beter betrekken. Het is vooral een huis van de bewoners, een woning waar bewoners grotendeels het ritme bepalen en wij ondersteunen. Ook mantelzorgers, familie, kennissen en vrijwilligers vinden sneller aansluiting.”
Masterplan Leuven 2030
De inplanting van woonzorgcentrum Burenhof in de nieuwe wijk past in het masterplan Leuven 2030, waar het woonzorgcentrum inhoudelijk actief aan bijdraagt. Nore legt uit:
“De duurzaamheid van ons nieuwe woonzorgcentrum is exemplarisch: het gebouw is volledig fossielvrij en haalt zijn energie uit hernieuwbare bronnen, Bovendien voldoet het aan de BEN-norm (bijna-energieneutraal, red.) voor energiezuinigheid, die hoge eisen stelt aan onder meer isolatie, ventilatie en energiebeheer.” Daarmee vormt WZC Burenhof een voorbeeldproject binnen het bredere kader van Leuven 2030, dat inzet op duurzame stadsontwikkeling, klimaatneutraliteit en sociale integratie. Dankzij een geothermisch warmtenet, passieve koeling en zonnepanelen wordt de C02-uitstoot op Burenberg tot 80 procent gereduceerd. De slimme waterhuishouding op de site is ook een belangrijk duurzaamheidsaspect. Regenwater wordt opgevangen en hergebruikt, groendaken zorgen voor buffering en verkoeling. De tuin wordt biodivers aangelegd. Zo wordt niet alleen de ecologische voetafdruk verkleind, maar ontstaat ook een rustgevende, stimulerende en verbindende leefomgeving.
Verbinding met de buurt
WZC Burenhof wordt een open huis voor de wijk, en de architectuur ondersteunt actief de ontmoeting met de buurt. “De publieke tuin is overdag open voor buurtbewoners“, legt de zorgcoördinator uit. “De tuin is rolstoeltoegankelijk en voorzien van zitbanken. De bedoeling is dat ze gedeeld worden door bewoners en buren om zo sociale contacten uit te bouwen. Bistro Buurt wordt een laagdrempelige ontmoetingsplek waar iedereen welkom is voor een babbel bij een kop koffie of een maaltijd. Sommige ruimtes kunnen een dubbele functie krijgen en opengezet worden voor een brede waaier activiteiten van zelfstandigen en buurtinitiatieven, met als doel wederzijdse interactie. Ook op organisatorisch vlak worden bruggen gebouwd: Burenhof werkt samen met lokale scholen, vrijwilligersorganisaties en buurtcomités.”
Kleinschaligheid, herkenbaarheid en levenslang wonen
Het idee van levenslang wonen staat centraal in WZC Burenhof. Concreet betekent het dat bewoners binnen dezelfde omgeving kunnen blijven wonen wanneer hun zorgbehoefte evolueert. Er is een vlotte doorstroom mogelijk van een assistentiewoning naar een zorgflat of bewonerskamer, zonder de vertrouwde omgeving te hoeven verlaten. Architecturaal wordt die huiselijkheid op verschillende manieren doorgetrokken:
- Huiselijke leefgroepen: elke woonentiteit (maximaal acht bewoners) beschikt over een gezamenlijke zithoek, leef- en eetruimte met een eigen keuken en terras.
- Individuele herkenbaarheid: bewonerskamers mogen ingericht worden met een eigen toets en eigen meubels voor een persoonlijker karakter.
- Warm materiaalgebruik: focus op inrichting en meubels met een huiselijke uitstraling en aangepaste LRV-waarden (light reflectance values, red.), die de woonbeleving, het comfort, wayfinding en veiligheid vergroten en autonomie behouden.
- Akoestiek en licht: het gebruik van geluiddempende materialen draagt bij aan een verbeterde akoestiek en daarmee aan een rustige en comfortabele binnenomgeving. Daarnaast speelt daglicht een cruciale rol in het creëren van een aangename sfeer. Om oververhitting en hinderlijke instraling te voorkomen, werden aan de zonzijde zonwerende screens geïnstalleerd. Deze oplossingen laten diffuus daglicht toe, terwijl directe warmtelast en verblinding effectief worden beperkt. Zo wordt een balans bereikt tussen visueel comfort, thermisch comfort en energie-efficiëntie.
Innovatieve zorgtechnieken
Duurzame technieken maken integraal deel uit van het gebouw. Zo is er slimme domotica, van toegangscontrole tot verlichting. Ook pilootprojecten rond sensordetectie worden ingepland. Nore Ramakers: “In de kamers zullen we een nieuw concept rond sensoren testen die beweging waarnemen. We maken al gebruik van sensortecnnologie in onze andere huizen, maar in dit nieuwe concept zijn de sensoren volledig onzichtbaar, zodat nooit een gevoel van inbreuk op de privacy kan ontstaan. Dit concept is mogelijk via Silver Shields radardetectie.”
Via badgesystemen, onzichtbare beveiliging en bewegingsmelders kunnen bewoners zich vrij én veilig bewegen, een belangrijke factor om emotionele stress te verminderen. Ook aan het comfort van de zorgmedewerkers en bewoners wordt veel aandacht besteed. “Het plafondzorgsysteem, voorzien vanuit een H-traverse muurrail-opstelling, samen met een modulair en mobiel inzetbare motorunit vergemakkelijkt transfers voor zorgverleners en verhoogt comfort én veiligheid voor bewoners“, legt de coördinator uit. “De transfers kunnen ook ondersteund worden door de gekoppelde inzet van de StandUp van Solutions2Care, dat ook een ondersteunende functie heeft bij net draaien van bewoners in bed.”
“Deze hulpmiddelen worden gecombineerd ingezet met de (o)verrijdbare elektrische hoog-laag kantelbare douche/toiletstoel en het systematisch voorzien van verlengde toiletpotten. De innoverende matrassen beschikken over een ‘helpende hand’-eigenschap, naast een veel betere gerealiseerde drukverdeling in relatie tot decubituspreventie, die het ergonomisch verplaatsen van de bewoner binnen de grenzen van het bed mogelijk maakt. Die ‘helpende hand’-eigenschap helpt bewoners ook om zo lang mogelijk autonoom in en uit bed te stappen of een andere positie in het bed aan te nemen. Ook de bedden zelf verhogen net comfort en de drukverdeling door de comfortligbodem en bedsponden, het afneembare hoofden voetbord en de smart-ready motoren.”
Stijgende materiaalkost
De totale bouwkost van WZC Burenhof klokte af op 14,6 miljoen euro (excl. btw), sleutel-op-de-deur en inclusief coördinatie en erelonen. Door corona, stijgende materiaalkosten en een bouwvertraging van ongeveer een jaar moest een meerprijs van 3,5 procent worden verrekend. Nore Ramakers: “De overeenkomst werd getekend in 2019 zonder mogelijkheid tot indexatie bij de start van de werken. In 2023 waren de prijzen zo hard gestegen dat er een meerprijs werd onderhandeld op de totaliteit van het project. Die zit mee verrekend in de bouwkost en het grondaandeel. De samenwerking tussen bouwheer, architect (POLO Architects), studiebureau BM Engineering en aannemer ION verliep intens en multidisciplinair. Regelmatig overleg zorgde ervoor dat technische vereisten én zorgvisie in balans bleven.”
Participatief bouwen
Een van de sterktes van Burenhof is de intensieve betrokkenheid van bewoners, familieleden en medewerkers bij net ontwerp. Via werkgroepen en gebruikersraden werd input verzameld over praktische noden, inrichting, comfort en beleving. Medewerkers testten hulpmiddelen uit, gaven feedback over logistieke processen en bepaalden mee de inrichting van opslagruimtes, keukens en sanitaire voorzieningen. Familieleden worden uitgenodigd om mee na te denken over de inrichting van kamers en leefruimtes, met ruimte voor vertrouwde meubels en objecten. Zo groeit het gebouw niet alleen op papier, maar ook in het hoofd en hart van de mensen die er zullen wonen en werken. Er treedt hierdoor ook een gevoel van mede-eigenaarschap en verantwoordelijkheid op.
Obstakels en oplossingen
De opstart van het project kende enkele hobbels. Een alternatief terrein in Leuven werd afgewezen wegens de bouwkundige beperkingen, vanwege de vele verdiepingen en trappen. De keuze viel uiteindelijk op de Burenbergsite. Nore Ramakers: “Een hinderpaal was het bezwaarschrift van buurtbewoners tegen de geplande vier bouwlagen. Er werd een compromis bereikt: de bovenverdieping kreeg een insprong waardoor er een terras werd gecreëerd en net gebouw verder van de straat ligt en de buren geen lichtinval verliezen. Ook de laadzone werd aangepast om overlast te beperken. Die bezwaren oplossen, zorgde voor een vertraging van ongeveer een jaar.”
Ook de toekenning en herverdeling van woonzorgvergunningen vergde flexibiliteit. “We beschikten over 94 voorafgaandelijke vergunningen voor woonzorgbedden. Die hebben we later in de bouwfase herverdeeld omdat die in gebruik genomen moesten worden: de regelgeving vereist dat zulke vergunningen effectief gebruikt worden binnen een bepaalde termijn. Als dat niet gebeurt, vervallen ze of moeten ze ingeleverd worden. We hebben dan een deel overgedragen aan het woonzorgcentrum Dijlehof, waar een aantal ROB-bedden (residentiële ouderenzorg, red.) administratief werden omgezet naar RVT-bedden voor zwaardere zorgbehoevenden, omdat daar meer nood aan was. Een aantal erkenningen zijn ook naar WZC Keyhof gegaan en een aantal erkenningen voor jongdementie bij WZC De Wingerd, beide behorend tot Woonzorgnet-Dijleland.”
Benadeeld
Het project werd gerealiseerd en gefinancierd zonder VIPAsteun. Nore: “Bestaande subsidiestromen zijn met het infrastructuurbudget, dat in 2025 werd ingevoerd, nauwelijks afgestemd op kleinschalige, innovatieve woonvormen. De introductie van het infrastructuurforfait vanaf 2025 – 6,29 euro per dag per woongelegenheid – biedt slechts gedeeltelijke compensatie voor de hoge investeringskost. Op lange termijn wordt nu een derde gefinancierd, terwijl dat met de VIPA-bouwsubsidies opliep tot 60 procent.” De verhoogde dagprijs van 103 euro voor de bewoners dekt mee de kostprijs van dit ambitieuze nieuwbouwproject. De dagprijs in WZC Dijlehof bedraagt 88 euro.
Nore Ramakers: “Woonzorgcentra zijn bij een herziening van de nieuwbouwprojecten, vooral wanneer zouden gebaat zijn bij een herziening van de financiering van nieuwbouwprojecten, vooral wanneer wordt gekozen voor kleinschalige, genormaliseerde woonvormen. Deze woonmodellen leiden doorgaans tot een minder efficiënte benutting van de beschikbare vloeroppervlakte en worden daardoor benadeeld in het huidige systeem, dat sterk inzet op schaalvoordelen. Daarnaast is een flexibeler vergunningenbeleid wenselijk – een dat ruimte laat voor innovatie in ontwerp en organisatie. Ook de structurele integratie van duurzaamheid en subsidiëringskaders is van groot belang om toekomstgerichte woonoplossingen mogelijk te maken.”
Toch is de bouw van WZC Burenhof inmiddels een feit. Nore: “Op 1 juli 2025 namen de eerste bewoners hun intrek in Burenhof. De twee eerste woningen van elk acht bewoners verwelkomden dan de zestien bewoners van Dijlehof. Voor hen betekent de verhuis een grote verbetering, vooral op architecturaal vlak. Vanaf eind augustus werd de rest van het centrum geleidelijk beschikbaar voor nieuwe bewoners.”
—
Zorg&Tecnhiek in gesprek met Nore Ramakers [.pdf]
© Netwerk van technici in de ZORG – ZORG.tech